Pijler 2: Pensioen via uw werkgever

Het tweede onderdeel van uw pensioen bouwt u op via uw werkgever. Dat is een aanvulling op het basispensioen van de overheid, de AOW. Veel Nederlandse werknemers bouwen pensioen op via het werk. Uw werkgever betaalt vaak het grootste deel van de premie. Het komt ook voor dat werkgever en werknemer ieder de helft betalen. Uw bijdrage wordt door uw werkgever op het bruto salaris ingehouden. Op Mijnpensioenoverzicht.nl ziet u een totaaloverzicht van uw pensioen.

Een deel van uw salaris telt mee voor uw pensioenopbouw

Uw pensioenregeling houdt er rekening mee dat u later ook AOW krijgt. Daarom wordt er van uw salaris een drempelbedrag afgetrokken: de franchise. Dit bedrag is afgeleid van de AOW en kent een wettelijk minimum. Niet iedere pensioenregeling heeft dezelfde franchise. Hoe hoger de franchise, hoe minder pensioen u opbouwt over uw salaris. Daar staat wel tegenover dat hoe hoger uw opbouwpercentage hoe hoger uw pensioen. Daar staat wel tegenover dat hoe hoger uw opbouwpercentage is, hoe hoger uw pensioen.

Niet elke werkgever heeft een pensioenregeling

Werkgevers zijn niet verplicht een pensioen te regelen voor hun werknemers. Als uw werkgever bij een bepaalde bedrijfstak hoort, zoals de bouw of de zorg, dan is de kans groot dat er een bedrijfstakpensioenfonds bestaat. Uw werkgever is verplicht hieraan deel te nemen. Sommige bedrijven hebben een ondernemingspensioenfonds. Dan is het pensioen collectief geregeld voor de hele organisatie.

Uw werkgever meldt u bij uw indiensttreding of er een pensioenregeling is. Zo ja, dan krijgt u binnen drie maanden van de pensioenuitvoerder (het pensioenfonds of de verzekeraar) bericht over de inhoud van de pensioenregeling. U kunt altijd bij uw pensioenuitvoerder terecht voor meer informatie over de regeling.

Bouwt u geen pensioen op bij uw werkgever? Dan kunt u zelf eventueel een pensioenvoorziening treffen.

Ouderdomspensioen

Het ouderdomspensioen gaat in vanaf uw pensionering en loopt door tot u overlijdt. Het wordt meestal per maand uitbetaald. Soms kunt u het ouderdomspensioen eerder of later laten ingaan. Het pensioen wordt daarmee lager of hoger. Namelijk: hoe langer u pensioen opbouwt, hoe meer het wordt en hoe korter de periode dat het moet worden uitgekeerd. Ook is het soms mogelijk gebruik te maken van een hoog/laag-constructie waarbij u de eerste jaren een hoger pensioen krijgt en daarna een wat lager pensioen.

Uw pensioenopbouw

U bouwt pensioen op over uw salaris, minus de franchise. Dit is een drempelbedrag dat niet meetelt voor uw pensioenopbouw. Het bedrag dat overblijft, wordt de pensioengrondslag genoemd.

In elke pensioenregeling is bepaald wat het maximumsalaris is waarover pensioen kan worden opgebouwd. Soms bestaat er voor het bovenste deel van het salaris een aparte regeling. Meestal wordt dit een excedentregeling of excedentpensioen genoemd.

Sinds 1 januari 2015 is er een grens gesteld aan het maximale jaarsalaris waarover pensioen kan worden opgebouwd, namelijk € 101.519. Wel zijn er dan mogelijkheden om een nettopensioen (mits het pensioenfonds dit faciliteert) of een nettolijfrente af te sluiten. Verdient u meer dan € 101.519 per jaar? Dan is het raadzaam voor het salarisdeel boven € 101.519 op een andere manier voor extra pensioen te zorgen. 

Pensioen voor nabestaanden

Partnerpensioen is het pensioen dat na uw dood uitgekeerd wordt aan uw partner (in sommige pensioenregelingen heet dit ook nabestaandenpensioen). Het pensioen voor de achterblijvende kinderen heet wezenpensioen.

Wilt u weten of uw partner en kinderen financieel rond kunnen komen als u overlijdt? Kijk dan hoe het nabestaandenpensioen geregeld is in uw pensioenregeling. Let hierbij op het volgende:

  • Kent uw pensioenregeling een partnerpensioen? Dan komt uw partner hiervoor in aanmerking als uw pensioenuitvoerder weet dat hij of zij uw partner is. Als u getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap heeft, is dit automatisch geregeld. Als u samenwoont, is dit niet automatisch bekend bij het pensioenuitvoerder. Check daarom de voorwaarden van de pensioenregeling.
  • Is er sprake van partnerpensioen op opbouwbasis of op risicobasis? Op uw pensioenoverzicht kunt u dit zien. Daar ziet u ook hoe hoog het nabestaandenpensioen is dat er voor uw partner gereserveerd is als u overlijdt.
  • Ga tot slot na of uw partner recht heeft op een Anw-uitkering van de overheid. Als dat niet het geval is, check dan of uw pensioenregeling een tijdelijk partnerpensioen kent. Dat is bedoeld om voor de achterblijvende partner, die de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, het gemis aan een Anw-uitkering op te vangen. In sommige regelingen wordt dit ook wel Anw-hiaatpensioen of nabestaandenoverbruggingspensioen genoemd.

Wezenpensioen

Het wezenpensioen is bestemd voor uw kinderen als u overlijdt. De meeste pensioenregelingen keren het wezenpensioen uit tot maximaal de 18- of 21-jarige leeftijd van de kinderen. De uitkering kan langer doorlopen als uw kind studeert (vaak tot zijn of haar 27e) of arbeidsongeschikt is. Zie Kinderen krijgen voor meer informatie. 

Belastingregels voor uw pensioen

Voor pensioenopbouw gelden gunstige belastingregels. De Belastingdienst noemt dit de ‘omkeerregel’. Het bedrag dat u zélf betaalt aan pensioen wordt ingehouden op uw brutoloon en niet op uw nettoloon. Hierdoor betaalt u geen belasting over het geld dat u voor uw pensioen inlegt. Werkgevers betalen vaak mee aan pensioen en ook dit deel is niet belast.

Op het moment dat u de AOW-leeftijd bereikt, betaalt u wél belasting over uw pensioen, maar tegen een lager tarief. U hoeft op dat moment namelijk geen AOW-premie meer te betalen. Dus: van uw bruto inkomen houdt u na uw AOW-leeftijd meer over dan vóór uw AOW-leeftijd. Bovendien is uw pensioen op het moment dat het tot uitkering komt niet belast in voor de vermogensrendementsheffing (Box 3). Ook dit scheelt belasting.

Grenzen aan de pensioenopbouw

Omdat er gunstige belastingregels gelden, heeft de fiscus per pensioenregeling grenzen gesteld aan de pensioenopbouw:

  • In een eindloonregeling mag u jaarlijks maximaal 1,657% van de pensioengrondslag aan pensioen opbouwen. Neemt u deel aan een middelloonregeling? Dan mag u maximaal 1,875% van de pensioengrondslag aan pensioen opbouwen.
  • In een beschikbare premieregeling mag de premie niet te hoog zijn, maar de premie mag wel stijgen naarmate u ouder wordt. Maar uw pensioenopbouw mag na 40 jaar niet hoger zijn dan 70% van het gemiddelde pensioengevend loon over de gehele periode.
  • Uw werknemerspensioen én AOW samen mogen ten hoogste 100% van uw salaris bedragen. Soms geldt hiervoor een uitzondering, bijvoorbeeld als u uw partnerpensioen inruilt voor een hoger ouderdomspensioen of doordat u gebruik heeft gemaakt van waardeoverdracht.

Pensioenopbouw over salaris van maximaal € 101.519 (voltijd)

Daarnaast geldt vanaf 2015 een maximumsalaris waarover uw pensioenopbouw wordt berekend. Dit is € 101.519 per jaar. Verdient u meer? Dan is de omkeerregeling over het deel boven € 101.519 niet van toepassing. Over dat deel kunt u nog wel pensioen opbouwen, maar de gunstige belastingregels gelden daarvoor niet. Hier is het andersom: het geld wordt belast op het moment dat u het inlegt en niet belast als het later als pensioen uitgekeerd krijgt. Op dat moment valt de aanspraak in Box 3 bij de belastingaangifte. Wel is het mogelijk dat het niet belast wordt voor de vermogensrendementsheffing op voorwaarde dat u in een nettopensioen of lijfrente onderbrengt.
Werkt u in deeltijd en zou u bij een fulltime dienstverband € 101.519 of meer verdienen? Dan geldt deze maatregel ook voor u. Het wordt namelijk berekend over een fulltime salaris, waarna het wordt omgerekend naar uw deeltijdfactor.
De maatregel geldt ook voor lijfrentes via verzekeraars en voor de Fiscale Oudedagsreserve (FOR) voor zelfstandig ondernemers.