Verandering van baan
Als je weggaat bij je werkgever, houd je recht op het pensioen dat je hebt opgebouwd. Je kunt je ‘oude’ pensioen meenemen naar je nieuwe pensioenuitvoerder. Dat heet ‘waardeoverdracht’.
Als je voor het eerst gaat werken of van baan wisselt, denk je meestal vooral aan het loon dat je gaat verdienen. Dat is goed, maar het is ook belangrijk om na te gaan hoe het zit met je pensioen.
- Weg bij je werkgever
- Een nieuwe baan
- Pensioenbreuk
- Waardeoverdracht
- Werkloos
- Checklist nieuwe baan en pensioen
Weg bij je werkgever
Als je weggaat bij je werkgever, houd je recht op het pensioen dat je hebt opgebouwd. Blijf je in dezelfde sector werken, dan kan het zijn dat je nieuwe werkgever dezelfde pensioenregeling heeft als er een bedrijfstakpensioenfonds is. Voor jou verandert er dan niets.
Wissel je wel van pensioenregeling, dan krijg je van je oude pensioenuitvoerder een overzicht van het ouderdomspensioen dat je hebt opgebouwd en waarop je recht houdt.
Ook houd je recht op het partnerpensioen dat je hebt opgebouwd. Maar let op: In veel pensioenregelingen is er sprake van een partnerpensioen op risicobasis. In dat geval is er niets opgebouwd en krijg je bij je vertrek ook niets mee. Je kunt er bij vertrek wel voor kiezen een deel van je ouderdomspensioen om te ruilen in partnerpensioen, zodat je toch recht houdt op partnerpensioen. Je ouderdomspensioen wordt hierdoor natuurlijk wel lager.
Met het pensioen dat je bij je vorige werkgever hebt opgebouwd kun je twee dingen doen:
- Je laat het achter bij je vorige pensioenuitvoerder. Die keert het dan uit als je met pensioen gaat.
- Of je neemt het mee naar je nieuwe pensioenuitvoerder. Dat heet waardeoverdracht.
Brochures
Een nieuwe baan (pdf)
Hoe blijft je gezin achter? (pdf)
Een nieuwe baan
Als je gaat solliciteren:
- Vraag of er een pensioenregeling is. De meeste werkgevers hebben een pensioenregeling, maar sommige niet.
- Als er een pensioenregeling is, moet je weten wat voor soort regeling het is. Klik hier voor de verschillende soorten pensioenregelingen.
- Ga na of er naast een ouderdomspensioen ook een partner- en een arbeidsongeschiktheidspensioen is.
Andere belangrijke vragen zijn: hoeveel moet je zelf betalen aan je pensioen? En kom jij eigenlijk wel in aanmerking voor de pensioenregeling? Het kan namelijk best zijn dat er wel een pensioenregeling is, maar dat die alleen geldt voor werknemers die een andere functie hebben dan jij of ouder zijn.
Blijf je in dezelfde bedrijfstak werken, dan verandert er voor je pensioen niets als er in die bedrijfstak een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds is. Je blijft dan gewoon deelnemer in dezelfde pensioenregeling. In andere gevallen kun je door de wisseling van baan een pensioenbreuk oplopen.
Folder
10 vragen en antwoorden over pensioen en nieuwe baan (pdf)
Pensioenbreuk
Pensioenbreuken kunnen bijvoorbeeld ontstaan doordat er veel verschillende pensioenregelingen zijn die niet of slecht op elkaar aansluiten. Als je je pensioen hebt laten staan bij je oude pensioenuitvoerder, dan ben je een zogeheten slaper. Slapers kunnen te maken krijgen met pensioenverlies doordat het achtergebeleven pensioen niet meegroeit met de loon- en prijsontwikkeling in Nederland.
Eindloonregeling
Vooral in een eindloonregeling, waarbij de uiteindelijke pensioenuitkering is afgeleid van je laatstverdiende loon, kan een grote pensioenbreuk ontstaan. Bij een salarisverhoging wordt wel het pensioen in je nieuwe pensioenregeling opgetrokken naar het nieuwe salarisniveau, maar niet het pensioen dat je bij je vorige werkgever hebt opgebouwd. Deze pensioenbreuk in een eindloonregeling kun je repareren door gebruik te maken van waardeoverdracht. Eindloonregelingen komen echter niet zo veel meer voor.
Waardeoverdracht
Je kunt je ‘oude’ pensioen meenemen naar je nieuwe pensioenuitvoerder. Dat heet ‘waardeoverdracht’. Maar hoe weet je wat in jouw situatie het beste is?
Opgave opvragen
Wat in jouw situatie het beste is kun je pas beoordelen als je de opgave hebt van je oude pensioenuitvoerder en die van de nieuwe pensioenuitvoerder. Je kunt daarom vragen bij je nieuwe pensioenuitvoerder. Dat moet je doen binnen zes maanden. Kijk daarbij vooral ook of de hoogte van het partnerpensioen verandert. Ook moet je goed kijken hoe je nieuwe pensioenregeling eruit ziet. Als je een heel klein pensioen hebt uit je vorige baan, dan is het bijna altijd verstandig om waardeoverdracht te doen. Dat is ook het geval als je nieuwe pensioenregeling een eindloonregeling is.
Eindloonregeling
Heeft je nieuwe werkgever geen eindloonregeling dan kan waardeoverdracht verstandig zijn als je verwacht dat de nieuwe pensioenuitvoerder op een betere manier het pensioen waardevast houdt dan de oude. Als dat zo is, is waardeoverdracht meestal wel verstandig. Of de indexatie bij de nieuwe pensioenuitvoerder beter is of niet, kun je zien op het indexatielabel.
Mensen kiezen vaak ook voor waardeoverdracht omdat ze het handig vinden om straks al het pensioen bij elkaar te hebben. Dat is ook handig, maar je moet wel goed uitkijken of daardoor je ouderdomspensioen of partnerpensioen niet lager wordt.
Veel mensen denken dat waardeoverdracht altijd tot een beter pensioen leidt. Dat is niet zo. Soms is het verstandiger om pensioen bij je oude werkgever te laten staan. Over het algemeen geldt wel dat de keuze voor wel of geen waardeoverdracht lastig is, en dat je je goed moet laten voorlichten.
Let op: Pensioenfondsen werken niet mee aan waardeoverdracht als een pensioenfonds in een financieel moeilijke situatie zit. Dan kunnen er bij een fonds geen waardeoverdrachten binnenkomen en ook geen waardeoverdrachten uit het fonds gaan. Zodra het fonds niet meer financieel in de problemen zit, krijg je bericht en kun je alsnog waardeoverdracht vragen.
Folder
Waardeoverdracht; pensioen mee naar je nieuwe baan? (pdf)
Werkloos
Als je geen werk hebt, bouw je meestal geen pensioen meer op. Dit is anders als je op je eerste WW-dag 40 jaar of ouder bent, volledig werkloos bent en een loongerelateerde WW-uitkering ontvangt. Dan betaalt de Stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering (FVP) jouw pensioenpremie.
Wachttijd
Wel geldt er voor die regeling een wachttijd van 180 dagen. Als je werkloos geworden bent, meldt de uitvoeringsinstelling die de WW-uitkering uitbetaalt, je aan bij de FVP. Je ontvangt dan een formulier van het FVP dat je binnen acht weken moet terugsturen. Doe je dit niet, dan kom je niet in aanmerking voor de voortzetting van je pensioenopbouw.
Nabestaanden
Als je jonger bent dan 40 jaar en doodgaat in de periode dat je een loongerelateerde WW-uitkering ontvangt, kunnen je nabestaanden in aanmerking komen voor nabestaandenpensioen op grond van de FVP-regeling. Je nabestaanden kunnen dat aanvragen bij de organisatie die je WW uitbetaalde.
Partnerpensioen
Ook als in je oude pensioenregeling het partnerpensioen op risicobasis was verzekerd, houd je gedurende de WW-periode toch aanspraak op een deel van het partnerpensioen.
Meer informatie
Inlichtingen over de FVP-regeling kun je krijgen bij de Sociale Verzekeringsbank, Kantoor FVP, Postbus 22667, 1100 DD Amsterdam Zuidoost, telefoon 020 - 6569151. Of kijk op www.fvp.nl.
Checklist nieuwe baan & pensioen
Pensioen lijkt erg ingewikkeld. Maar omdat je met foute beslissingen jarenlang zit opgescheept, is het belangrijk je in je pensioen te verdiepen. Wat moet je weten van de pensioenregeling en het pensioenfonds van je nieuwe werkgever? Deze checklist helpt je op weg. (Toelichting vind je onder de checklist.)
|
1. Bij welke pensioenuitvoerder is je nieuwe werkgever aangesloten? |
||
|
2. Is dit dezelfde pensioenuitvoerder als die van je oude werkgever? Zo ja, dan kun je meteen stoppen met deze checklist. Kijk voor alle zekerheid nog even of de pensioenregeling hetzelfde is voor de nieuwe functie die je gaat bekleden. Vul de checklist opnieuw in als je weer aan het solliciteren gaat. Zo nee, vul dan de rest van de checklist in. |
||
|
3. Vergelijk de nieuwe en de oude pensioenregeling op de volgende punten: |
||
|
|
Oude werkgever |
Nieuwe werkgever |
|
A. Soort regeling |
|
|
|
Eindloon |
ja/nee |
ja/nee |
|
Middelloon |
ja/nee |
ja/nee |
|
Beschikbarepremieregeling |
ja/nee |
ja/nee |
|
Wat is de pensioenleeftijd? |
... |
... |
|
Franchise |
€ |
€ |
|
Opbouwpercentage |
% |
% |
|
B. Extra voorzieningen |
|
|
|
Is het partnerpensioen op risicobasis verzekerd? |
ja/nee |
ja/nee |
|
Is er een WIA-hiaatverzekering? |
ja/nee |
ja/nee |
|
Kun je voor eigen rekening bijsparen in de regeling? |
ja/nee |
ja/nee |
|
Hoe hoog is het arbeidsongeschiktheidspensioen? |
% |
% |
|
Is er een ANW-hiaatverzekering? |
ja/nee |
ja/nee |
|
Overige extra’s |
… |
… |
|
C.Eigen bijdrage |
|
|
|
Premiepercentage werknemer |
% |
% |
|
D. Indexatie |
|
|
|
Welvaartsvaste indexatie |
ja/nee |
ja/nee |
|
Waardevaste indexatie |
ja/nee |
ja/nee |
|
Is de indexatie voorwaardelijk of onvoorwaardelijk? |
… |
… |
|
E. Financiële positie fonds |
|
|
|
Hoe hoog is de dekkingsgraad? |
% |
% |
Ad A. Soort regeling
Middelloonregelingen zijn het meest gangbaar. Dan is je pensioen afgeleid van je gemiddelde salaris. In een eindloonregeling is je pensioen afgeleid van je laatste salaris. In allebei de regelingen krijg je een pensioenuitkering: je weet dus wat je vanaf je pensioendatum jaarlijks krijgt.
Een eindloonregeling is het prima maar hoeft niet het beste te zijn. Je moet ook naar de andere elementen van de pensioenregeling kijken, zoals het opbouwpercentage en de franchise. Bij een middelloonregeling moet je vooral letten op de indexatie: de mate waarin de opgebouwde rechten jaarlijks worden aangepast aan het gestegen loon- of prijspeil. Dat kun je zien op het indexatielabel.
De franchise en het opbouwpercentage zijn belangrijk. De franchise is het deel van je salaris waarover je geen pensioen opbouwt, een soort drempel dus. Deze drempel is ingesteld, omdat iedereen vanaf 65 jaar naast pensioen ook AOW krijgt.Hoe lager de franchise, hoe meer pensioen je opbouwt. Bij het opbouwpercentage geldt: hoe hoger dit percentage is, hoe meer pensioen je opbouwt.
Bij beschikbarepremieregelingen weet je wat je werkgever betaalt, maar niet wat je straks aan pensioen ontvangt. Het opgebouwde kapitaal is afhankelijk van beleggingsresultaten.
Ad B. Extra voorzieningen
Veel pensioenregelingen kennen keuzemogelijkheden. Zo hebben de meeste pensioenregelingen wel een voorziening voor partnerpensioen, maar sommige niet. Als je partnerpensioen wilt, moet je er zelf voor kiezen en er zelf voor betalen. Je moet je hiervan bewust zijn als je hoofdkostwinner of alleenverdiener bent.
Andere extra’s zijn de WIA-hiaatverzekering die het gat dicht dat ontstaat bij arbeidsongeschiktheid en de ANW-hiaatverzekering. Zoek uit welke extra’s er zijn of vraag ernaar tijdens de sollicitatieprocedure.
Ad C. Kosten
Natuurlijk moet je ook weten wat je zelf moet betalen aan de pensioenregeling. Dit kan per regeling flink verschillen, net als wat je ervoor krijgt. Een regeling met diverse extra’s is natuurlijk duurder dan een regeling zonder extra voorzieningen.
Ad D. Indexatie
Het kan uitmaken welke vorm van indexatie een pensioenregeling biedt. Waardevaste indexatie is gekoppeld aan het prijspeil. Je pensioen houdt dan dezelfde koopkracht. Welvaartsvaste indexatie is gebaseerd op de loonontwikkeling. De indexering is bijna altijd afhankelijk is van de financiële situatie van het fonds.
Ad E. Financiële positie
Veel fondsen hebben op hun site de dekkingsgraad staan. De dekkingsgraad geeft een indicatie van de financiële gezondheid van een pensioenfonds. Pensioenfondsen moeten een dekkingsgraad hebben van ten minste 105%. Als het fonds veel in aandelen belegt, moet de dekkingsgraad een stuk hoger zijn.
Wat is de uitkomst?
Is de uitkomst van de checklist positief? Dat is mooi meegenomen. Ga je erop achteruit? Leg dit voor in het gesprek over de arbeidsvoorwaarden en vraag naar alternatief.



