Eerder of later met pensioen

In veel pensioenregelingen kunnen werknemers ook eerder met pensioen. Dat heeft wel financiële gevolgen: de uitkering wordt een stuk lager.

Bij de pensioenopbouw gaan we ervan uit dat mensen stoppen met werken als zij 65 jaar zijn. Dat betekent niet dat iedereen ook echt precies op zijn 65e moet stoppen met werken.

Eerder met pensioen

In veel pensioenregelingen kunnen werknemers ook eerder met pensioen. Dat heeft wel financiële gevolgen: de uitkering wordt een stuk lager. U kunt ervan uitgaan dat het ouderdomspensioen voor ieder jaar dat het eerder ingaat zo’n 8% tot 9% daalt. Daarnaast bouwt de werknemer minder pensioen op, en is er geen AOW voordat hij of zij 65 wordt. Dit maakt het voor de werknemer bijna onmogelijk om eerder met pensioen te gaan zonder extra voorzieningen te treffen.

Pensioenregeling heeft pensioenleeftijd vóór 65 jaar
Het lijkt een beetje raar: een pensioenregeling waarin de werknemers vóór de 65-jarige leeftijd kunnen stoppen met werken, terwijl de overheid nou net wil dat er bij de pensioenopbouw van een pensioendatum van 65 jaar werd uitgegaan.

In die situatie wordt er in de pensioenregeling niet uitgegaam van het maximale jaarlijkse opbouwpercentage zoals dat geldt voor een regeling met een pensioendatum van 65. Dat maximale opbouwpercentage wordt namelijk omgezet in een lager opbouwpercentage met een lagere pensioendatum. Hierdoor mag in de pensioenregeling een lagere pensioenleeftijd worden gehanteerd. De fiscus hanteert hiervoor het volgende schema: 

Pensioenleeftijd volgens regeling Maximale opbouw in eindloon-regeling Maximale opbouw in middelloon-regeling
65 2 2,25
64 1,88 2,11
63 1,77 1,99
62 1,66 1,87
61 1,57 1,77
60 1,48 1,65

 

Deze percentages mogen voor een collectiviteit zonder meer worden gebruikt. Hierbij hoeft geen rekening te worden gehouden met het vroegpensioen of prepensioen dat de individuele werknemer in het verleden al heeft opgebouwd.

Bedenk overigens wel dat hiermee nog geen oplossing gevonden is voor het probleem dat de AOW pas uitgekeerd wordt vanaf de 65-jarige leeftijd.In de nieuwe regelgeving is overbruggingspensioen immers niet meer toegestaan. Als de werknemer het gemis aan AOW wil compenseren zal hij of zij hiervoor een deel van het ouderdomspensioen moeten inleveren.


Aanwenden levenslooptegoed

De werknemer kan jaarlijks 12% van het bruto salaris belastingvrij opzij zetten in de levensloopregeling. Het tegoed uit de levensloopregeling bedraagt hoogstens 2,1 jaarsalarissen. Dit bedrag mag de werknemer bijvoorbeeld gebruiken om 3 jaar eerder te stoppen met werken met een uitkering van 70% van het bruto salaris.

Langer doorwerken

De pensioenregeling kan bepalen dat werknemers langer mogen doorwerken en later met pensioen gaan. Met eventueel als voorwaarde dat dit alleen kan als u als werkgever hiermee instemt.

Bij uitstel van pensionering doen zich de omgekeerde effecten van vervroegde pensionering voor. Het ‘levert geld op’. Door het uitstellen van het pensioen stijgt de uitkering. Reken erop dat dit ongeveer 9% is voor ieder jaar dat het pensioen wordt uitgesteld. Ook is het mogelijk dat de werknemer nog pensioen opbouwt.

 

Deeltijdpensioen

Soms biedt de pensioenregeling de mogelijkheid in deeltijd met pensioen te gaan. Dan kan de werknemer voor een gedeelte van de werkweek het pensioen laten ingaan en het andere gedeelte blijven werken.

Share |