Begrippen U-Z
- Uitruil
- De mogelijkheid voor jou als deelnemer om het opgebouwde partnerpensioen om te zetten in een hoger (of eerder ingaand) ouderdomspensioen of een deel van het ouderdomspensioen om te zetten in partnerpensioen. Meer over keuzemogelijkheden.
- Verevening pensioenrechten bij scheiding
- Verdeling van het tijdens je huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen in geval van scheiding. De ex-partner krijgt de helft van het ouderpensioen dat je tijdens het huwelijk hebt opgebouwd. Meer over pensioen en scheiding.
- Verlof
- Als je verlof opneemt kan dit effect hebben op je pensioen. Meer over verlof.
- Vroegpensioen
- Pensioenregeling met een pensioendatum die gelegen is vóór je 65e. Meer over vroegpensioen.
- VUT-regeling
- Een regeling van Vervroegde Uittreding vóór de reglementaire pensioendatum. Is op vrijwillige basis. Je kunt geen ‘VUT-rechten’ opbouwen, zoals bij pensioen. Bij ontslag vervallen je aanspraken op VUT. Vanaf 2006 zijn de werknemerspremies voor de VUT niet meer aftrekbaar en is de werkgeversbijdrage belast.
- Waardeoverdracht
- Je kunt je ‘oude’ pensioen meenemen naar je nieuwe pensioenuitvoerder. Dat heet ‘waardeoverdracht’. Hoe weet je wat in jouw situatie het beste is? Je vraagt de pensioenuitvoerder van je nieuwe werkgever wat je voor je ‘oude’ pensioen krijgt. Anders gezegd: je nieuwe pensioenuitvoerder vertaalt het door jou meegenomen pensioen in een aantal opbouwjaren volgens de nieuwe pensioenregeling. Waardeoverdracht kan een goed middel zijn tegen pensioenbreuk. Meer over waardeoverdracht.
Let op: pensioenfondsen zullen niet meewerken aan waardeoverdracht als de financiële toestand van het fonds dat niet toelaat. Dan komen er geen overdrachten meer binnen en gaan er ook geen overdrachten meer uit. Zodra het fonds niet meer in de financiële problemen zit, krijg je bericht en kun je alsnog de waarde overdragen.
- Waardevast pensioen
- Je pensioenaanspraken zijn waardevast als ze jaarlijks worden verhoogd of verlaagd met het percentage waarmee de prijzen in een bepaalde periode zijn gestegen of gedaald. De toeslagverlening van pensioen is nagenoeg altijd voorwaardelijk. Dat betekent dat er alleen een toeslag wordt verleend indien daar genoeg geld voor is.
- Wachttijd
- Periode waarin je moet wachten voordat je mag deelnemen aan de pensioenregeling van je werkgever. Vaak worden na afloop van de wachttijd met terugwerkende kracht pensioenaanspraken toegekend, alsof je reeds bij aanvang van de wachttijd deelnemer was geweest. Met ingang van 2008 mag in een pensioenregeling voor het ouderdomspensioen een wachttijd worden gehanteerd van ten hoogste twee maanden.
- Weduwenpensioen
- Nabestaandenpensioen dat na je dood levenslang wordt uitgekeerd aan je echtgenote. Wanneer je trouwt of gaat samenwonen ná pensionering, heeft je partner geen recht op nabestaandenpensioen als je overlijdt.
- Weduwnaarspensioen
- Nabestaandenpensioen dat na je dood levenslang wordt uitgekeerd aan je echtgenoot. Wanneer je trouwt of gaat samenwonen ná pensionering, heeft je partner geen recht op nabestaandenpensioen als je overlijdt.
- Welvaartsvast pensioen
- Je pensioenaanspraken zijn welvaartsvast als ze jaarlijks worden verhoogd of verlaagd met het percentage waarmee de lonen in een bepaalde periode zijn gestegen of gedaald. De toeslagverlening van pensioen is nagenoeg altijd voorwaardelijk. Dat betekent dat er alleen een toeslag wordt verleend indien daar genoeg geld voor is.
- Wezenpensioen
- Het wezenpensioen wordt uitgekeerd aan je kind(eren) na jouw dood. Het gaat vaak om een halfwezenpensioen (er is nog één ouder in leven). Vaak stopt het wezenpensioen in principe op 18- of 21-jarige leeftijd, maar loopt de uitkering langer door (tot bijvoorbeeld het 27e jaar) als je kind studeert of arbeidsongeschikt is. Als beide ouders (verzorgers) zijn overleden, krijgen de dan volle wezen meestal een dubbel wezenpensioen.
- Zelfstandige
- Als zelfstandig ondernemer moet je vaak zelf voor je oudedagsvoorziening zorgen. Meer over zelfstandigen en pensioen.
Share
|



