Begrippen K-O
- Kapitaaldekking
- In een systeem van kapitaaldekking wordt er meteen bij het toekennen van een pensioenaanspraak geld opzij gezet om later de pensioenuitkering te kunnen betalen. De pensioenpremies worden gespaard en belegd. Voor iedere deelnemer bouwt de pensioenuitvoerder zo het kapitaal op dat nodig is om later het pensioen uit te betalen.
- Keuzerecht
- Het recht om uiterlijk op de pensioendatum je opgebouwde partnerpensioen om te zetten in een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen. Het keuzerecht is niet van toepassing op partnerpensioen dat op risicobasis is verzekerd. Het keuzerecht omvat ook het recht een deel van het ouderdomspensioen bij ontslag of pensionering om te zetten in partnerpensioen.
- Klacht
- Kijk voor informatie op de pagina Klachten over pensioen.
- Knipbepaling
- Een bepaling bij eindloonregeling die tot gevolg heeft dat je pensioenopbouw in feite in twee delen wordt geknipt. De pensioenregeling kan bepalen dat een dergelijke knip wordt toegepast bij een substantiële verhoging of en substantiële verlaging van het (pensioengevend) salaris. Bij een salarisverhoging zorgt de knipbepaling voor een matiging van de opbouw op basis van het eindloon.
- Korting partnerpensioen
- In een aantal pensioenregelingen geldt dat het partnerpensioen met 2,5% wordt gekort voor ieder jaar dat de partner meer dan 10 jaar jonger is dan de deelnemer aan de regeling. De Commissie Gelijke Behandeling heeft hier overigens bezwaar tegen.
- Levensloopregeling
- Een regeling waarbij je ten hoogste 12% van je brutoloon kunt sparen. Was je op 1 januari 2005 tussen de 50 en 55 dan mag je nog meer sparen. Je levenslooptegoed mag ten hoogste 210% van je jaarsalaris bedragen. Je kunt in de levensloopregeling sparen voor inkomen tijdens verlofperiodes. Je werkgever mag een financiële bijdrage aan de levensloopregeling leveren. Over de uitkeringen uit de levensloopregeling wordt belasting geheven. Ook kun je het levenslooptegoed gebruiken om eerder te stoppen met werken of om door te sluizen naar je ouderdomspensioen.
- Lijfrente
- Aanspraak op een reeks vaste periodieke uitkeringen, die uiterlijk bij overlijden eindigt. Te vergelijken met een uitkering uit een pensioenregeling. De aanspraak is afhankelijk van het leven van één of meerdere personen. Meer over lijfrente bij Wat je zelf kunt doen om voor pensioen te zorgen.
- Lijfrentepremieaftrek
- Het bedrag dat je stort voor een lijfrenteverzekering een lijfrentespaarrekening of een lijfrentebeleggingsrekening kan onder bepaalde voorwaarden in mindering worden gebracht op het belastbaar inkomen. Over de lijfrenteuitkering moet te zijner tijd belasting worden betaald. Meer over lijfrentepremieaftrek.
- Medezeggenschap
- De mogelijkheid van (gewezen) deelnemers om inspraak te hebben bij de uitvoering van de pensioenregeling. Vooral de medezeggenschap van gepensioneerden staat in de belangstelling. In een convenant tussen de Stichting van de Arbeid en het Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties is afgesproken om bij alle collectieve pensioenregelingen de gepensioneerden medezeggenschap te geven bij de uitvoering. Zie ook bij deelnemersraad.
- Middelloonregeling
- In de middelloonregeling wordt je pensioen jaarlijks berekend aan de hand van het salaris in dat jaar. Het pensioen dat je in voorgaande jaren hebt opgebouwd wordt niet aangepast aan je nieuwe salaris. Wel wordt je pensioen in middelloonregeling meestal geïndexeerd. Daarmee wordt de koopkracht van het pensioen behouden. Indexering is echter bijna altijd voorwaardelijk. Dat betekent dat er niet of minder geïndexeerd wordt als er onvoldoende geld is.
- Nabestaandenlijfrente
- Deze lijfrente is bedoeld voor de verzorging van nabestaanden. De lijfrente kan uitsluitend ingaan na jouw dood (als jij de premie afgetrokken hebt) of na de dood van je partner. Alleen bij de Anw-gatverzekering hoeft de lijfrente niet meteen na overlijden in te gaan. De ingangsdatum kan ook opgeschoven worden naar het tijdstip waarop het jongste kind 18 wordt (en het recht op een Anw-uitkering dus vervalt). Als de lijfrente wordt uitgekeerd aan je kinderen, moet de uitkering eindigen bij hun overlijden of anders uiterlijk op hun 30e verjaardag.
- Nabestaandenoverbruggingspensioen
- Dit is het het tijdelijk partnerpensioen: een tijdelijke verhoging van het partnerpensioen voor je partner. Eindigt meestal op 65-jarige leeftijd. Het kan bedoeld zijn om het hogere belastingtarief en de hogere sociale premies vóór 65 jaar te compenseren. Of om het gemis aan Anw te compenseren.
- Nabestaandenpensioen
- Pensioen dat – doorgaans levenslang – wordt uitgekeerd aan de partner (of kinderen) van de deelnemer aan een pensioenregeling. Verzamelnaam voor weduwen-, weduwnaars-, wezen- en partnerpensioen. Meer informatie op de pagina over Soorten pensioen.
- Niet-actieve deelnemer
- Je doet niet meer mee aan de pensioenregeling, omdat je niet langer bij het bedrijf of in de bedrijfstak werkt. Je houdt recht op wat je hebt opgebouwd, maar bouwt nu niet meer op.
- Objectieve rechtvaardiging
- Rechtvaardiging die je als werkgever of pensioenuitvoerder kunt aanvoeren als je direct of indirect onderscheid hebt gemaakt in de pensioenregeling. Voordat er sprake is van objectieve rechtvaardiging moet aan een aantal eisen worden voldaan.
- Ombudsman Levensverzekering
- Hier kun je terecht met klachten over een levensverzekeringsmaatschappij. Meer informatie op de pagina Klachten over pensioen.
- Ombudsman Pensioenen
- Hier kun je terecht met klachten over een pensioenfonds. Meer informatie op de pagina Klachten over pensioen.
- Omkeerregel
- Normaal wordt alles wat je uit je dienstverband krijgt belast. Bij pensioen is dat anders. Niet de pensioenpremies behoren tot het fiscaal belastbare loon, maar de pensioenuitkeringen. Dit betekent dat niet de pensioenaanspraak wordt belast, maar de te zijner tijd te ontvangen pensioenuitkering.
- Omslagstelsel
- Financieringsvorm waarbij de werkenden premies betalen, waarmee op hetzelfde moment uitkeringen aan pensioengerechtigden worden betaald. In Nederland wordt het omslagstelsel onder meer toegepast voor de financiering van de AOW en de VUT-regeling. De Pensioenwet staat het omslagstelsel voor pensioenaanspraken niet toe.
- Ondernemer
- Als zelfstandig ondernemer moet je vaak zelf voor je oudedagsvoorziening zorgen. Meer over Zelfstandige.
- Ondernemingspensioenfonds
- Een aan één of meer ondernemingen verbonden pensioenfonds. Ondernemingspensioenfondsen hebben vrijwel altijd de rechtsvorm van een stichting.
- Ontslagrechten
- Als je niet meer meedoet aan de pensioenregeling, behoud je recht op het pensioen dat je al hebt opgebouwd.
- Opbouw partnerpensioen
- Je partnerpensioen kan worden opgebouwd of op risicobasis worden gefinancierd. Kijk bij de begrippen partnerpensioen op opbouwbasis en partnerspensioen op risicobasis.
- Opbouwpercentage
- Per jaar bouw je een deel van je uiteindelijke pensioen op. In een uitkeringsovereenkomst (eindloon- of middelloonregeling) bouw je ieder jaar een bepaald percentage van de pensioengrondslag aan pensioen op. Het percentage ligt vaak tussen de 1,75 en 2,25%.
- Opbouwregeling
- In de middelloon- of opbouwregeling wordt je pensioen berekend op basis van het gemiddelde salaris dat je tijdens je loopbaan hebt verdiend. Je in eerdere jaren opgebouwd pensioen wordt niet opgehoogd tot het niveau van het laatste salaris. De pensioenregeling kent dus geen backservice zoals in de eindloonregeling. Je eenmaal opgebouwde rechten worden bij een middelloonregeling meestal wel geïndexeerd. Deze toeslagverlening is echter nagenoeg altijd voorwaardelijk. Dat betekent dat er alleen een toeslag wordt verleend indien er voldoende middelen zijn.
- Oudedagslijfrente
- Deze lijfrente is bedoeld als een levenslange ouderdomsvoorziening. De lijfrente kan ingaan wanneer je maar wilt. Als jij de premie hebt afgetrokken, mag de uitkering alleen aan jou plaatsvinden. Meer over zelfstandige en pensioen.
- Oudedagsreserve
- Als je bedrijf winst maakt, mag je een deel daarvan als oudedagsreserve op je balans opnemen. Elk jaar mag je opnieuw beslissen of je een deel van de winst als oudedagsreserve opneemt. Let er wel op dat je met je oudedagsreserve niet echt een pensioen opbouwt. Je hebt alleen een fiscale reserve gevormd. Over die reserve moet je straks afrekenen met de fiscus. Meer over zelfstandige en pensioen.
- Ouderdomspensioen
- Het ouderdomspensioen krijg je uitgekeerd vanaf de pensioendatum (meestal 65 jaar) tot je overlijden. Meestal in maandelijkse termijnen. Naast het levenslange pensioen bestaat er ook tijdelijk ouderdomspensioen.
- Overbruggingspensioen
- Een pensioensoort die in 2006 is komen te vervallen (behalve voor oudere werknemers). Als in de pensioenregeling de pensioendatum lag voor de leeftijd van 65 jaar, dan was er meestal bovenop het ouderdomspensioen ook een overbruggingspensioen om het gemis aan AOW op te vangen.
Share
|



