Pensioen en belasting

Je pensioen wordt fiscaal gunstig behandeld. Wat je zélf betaalt aan je pensioenregeling gaat af van je brutoloon en niet van je nettoloon. Ook je werkgever betaalt meestal mee aan je pensioen en ook die bijdrage is niet belast. Zo betaalt de belasting als het ware mee aan je pensioen. Als je met pensioen gaat, ga je wél belasting betalen over je pensioen, maar tegen een lager tarief. Van je bruto inkomen houd je na je 65e daarom meer over dan vóór je 65e.

De opbouw van je pensioen wordt fiscaal dus gunstig behandeld. Daarom stelt de fiscus grenzen aan wat je aan pensioen mag opbouwen.

  • In een eindloonregeling mag je jaarlijks hooguit 2% van de pensioengrondslag aan pensioen opbouwen.
  • In een middelloonregeling ligt dit percentage op 2,25% per jaar.
  • In een beschikbarepremieregeling mag de premie niet te hoog zijn, maar de premie mag wel stijgen naarmate je ouder wordt.

Je werknemerspensioen én AOW samen mogen, enkele uitzonderingen daargelaten, ten hoogste 100% van je salaris bedragen. Je mag bijvoorbeeld buiten die grens van 100% komen doordat je je partnerpensioen inruilt voor een hoger ouderdomspensioen of doordat je gebruik hebt gemaakt van waardeoverdracht.

Share |