Het tweede onderdeel van je pensioen bouw je op via je werkgever: het werknemerspensioen. Dat is een aanvulling op het eerste onderdeel, het basispensioen (AOW, eventueel ANW) dat je via de overheid krijgt. Bijna alle werknemers hebben pensioen uit hun werk. Je werkgever betaalt vaak het grootste deel van deze regeling, maar het komt ook voor dat werkgever en werknemer ieder de helft betalen. Je eigen bijdrage wordt door je werkgever op je bruto salaris ingehouden. Op mijnpensioenoverzicht.nl krijg je een totaaloverzicht van je pensioen en ook wat dat netto oplevert. Dat kun je ook zien op de pensioenplanner. Daar kun je ook zien wat de gevolgen zijn van eerdere ingang of uitstel van het pensioen.
Je werkgever laat je bij je indiensttreding weten of er een pensioenregeling voor je is. Als er een regeling is, krijg je binnen drie maanden van de pensioenuitvoerder (het pensioenfonds of de verzekeraar) bericht over de inhoud van de pensioenregeling. Als er dingen onduidelijk zijn, vraag de pensioenuitvoerder dan om meer uitleg.
Wat je verder moet weten
Relatie met de AOW (franchise)
Je pensioenregeling houdt er rekening mee dat je later ook AOW krijgt. Daarom bouw je meestal geen pensioen op over je hele salaris, maar wordt er van je salaris een bedrag afgetrokken. Die aftrek heet franchise. Vaak is het franchisebedrag afgeleid van de AOW. In een pensioenregeling is het franchisebedrag voor iedereen gelijk. Maar niet iedere pensioenregeling maakt gebruik van hetzelfde franchisebedrag. Daar kan een groot verschil tussen zitten. Dat maakt pensioenregelingen slecht vergelijkbaar. Hoe hoger de franchise is, hoe lager je pensioenopbouw. Ga dus na hoe dat in jouw geval is.
Je salaris minus de franchise heet de pensioengrondslag. Van deze pensioengrondslag wordt uitgegaan bij de opbouw van je pensioen.

