Een nieuwe baan

Gaat u weg bij uw werkgever? Dan houdt u recht op het pensioen dat u heeft opgebouwd. Ga bij een nieuwe baan altijd na of er een pensioenregeling is en of u aan de voorwaarden voldoet om daaraan deel te nemen.

Als u in dezelfde sector blijft werken, dan is de kans groot dat uw nieuwe werkgever dezelfde pensioenregeling heeft als er een bedrijfstakpensioenfonds is. Uw pensioen loopt dan gewoon door bij dezelfde pensioenuitvoerder.

Bouwt u bij uw nieuwe baan pensioen op bij een andere pensioenuitvoerder? Kijk dan of het slim is om het pensioen dat u opbouwde bij uw vorige werkgever mee te nemen naar uw nieuwe pensioenuitvoerder. Dit wordt waardeoverdracht genoemd. Om een waardeoverdracht te regelen doet u twee dingen:

  1. u vraagt eerst een opgave van uw pensioenaanspraken op bij de pensioenuitvoerder van uw vorige werkgever;
  2. u doet daarna een verzoek tot waardeoverdracht bij de pensioenuitvoerder van uw huidige werkgever. De pensioenuitvoerder is verplicht mee te werken aan de waardeoverdracht en mag bij u geen kosten in rekening brengen.

Pensioenfondsen gebruiken een rekenmethode om de waarde van een pensioen vast te stellen. Die rekenmethode kan per pensioenfonds verschillen. Is dit het geval? Dan kan het zijn dat uw vorige of uw huidige werkgever een bedrag moet bijbetalen aan de pensioenuitvoerder als u voor waardeoverdracht kiest.

Moet uw werkgever meer dan € 15.000  en  meer dan 10% van de overdrachtswaarde bijbetalen? Dan is uw werkgever niet verplicht mee te werken aan een waardeoverdracht. Gaat uw werkgever akkoord? Dan kan de waardeoverdracht doorgaan.

Heeft een van beide pensioenfondsen een te lage beleidsdekkingsgraad? Dan wordt uw verzoek tot waardeoverdracht afgewezen. U ontvangt automatisch bericht wanneer de dekkingsgraad weer hoog genoeg is en het pensioenfonds weer kan meewerken aan de waardeoverdracht. U hoeft dan niet nogmaals een verzoek tot waardeoverdracht te doen.

Vroeger moest u binnen zes maanden na indiensttreding bij uw nieuwe werkgever de aanvraag voor waardeoverdracht indienen. Dat is per 1 januari 2015 veranderd: deze termijn geldt niet voor werknemers die op of na 1 januari 2015 in de pensioenregeling van de nieuwe werkgever worden opgenomen. Als u dus wisselt van werkgever en daardoor ook bij een  andere pensioenuitvoerder pensioen gaat opbouwen, kunt u dus op ieder moment de aanvraag voor waardeoverdracht indienen. Ook kunt u dan waardeoverdracht vragen van pensioenen die u via eerdere werkgevers bij andere pensioenuitvoerders hebt opgebouwd en waarbij u indertijd geen waardeoverdracht had geregeld.

Dit gaat via een formulier dat u kunt opvragen bij uw nieuwe pensioenuitvoerder.

Is waardeoverdracht niet mogelijk wegens een te lage dekkingsgraad? Dan kunt het verzoek tot waardeoverdracht ook nog doen tot zes maanden nadat de dekkingsgraad weer aan de eisen voldoet.

Vanaf welke datum geldt de pensioenregeling

Heeft u een nieuwe baan? Als uw werkgever een pensioenregeling heeft dan geldt die ook voor u, als u tot de groep werknemers behoort voor wie deze pensioenregeling geldt. Mogelijk geldt de pensioenregeling niet meteen vanaf de eerste werkdag voor u.

Bent u jonger dan 21 jaar als u gaat werken? Dan is het mogelijk dat de pensioenregeling pas voor u geldt vanaf het moment dat u 21 jaar wordt. Voor een tijdelijk ouderdomspensioen kan uw pensioenopbouw op een later moment beginnen.

De pensioenregeling kan een wachttijd hebben. Dan start de pensioenopbouw na de wachttijd. De wachttijd mag niet langer zijn dan twee maanden.

De pensioenregeling kan een drempelperiode hebben. Een drempelperiode betekent dat u niet direct pensioen opbouwt, maar pas na afloop van de drempelperiode bouwt u pensioen op. Ook over de drempelperiode bouwt u dan met terugwerkende kracht pensioen op, zodra de drempelperiode eenmaal is verstreken.

Werkt u als uitzendkracht? Dan mag de wachttijd of de drempelperiode duren totdat u meer dan 26 weken heeft gewerkt.

De drempelperiode of de wachttijd mag niet gelden voor het nabestaandenpensioen of voor het arbeidsongeschiktheidspensioen. U bent tijdens de drempelperiode of de wachttijd wel verzekerd voor overlijden of arbeidsongeschiktheid. Wordt u arbeidsongeschikt tijdens de drempelperiode of de wachttijd? Dan heeft u mogelijk wel recht op een arbeidsongeschiktheidspensioen. Overlijdt u tijdens de drempelperiode of de wachttijd? Dan hebben uw nabestaanden mogelijk recht op een nabestaandenpensioen. 

Is een waardeoverdracht een goed idee?

Het kan praktisch en overzichtelijk zijn al uw pensioenaanspraken bij één pensioenuitvoerder te hebben. Maar het hangt ook af van de regeling van uw oude en uw nieuwe pensioenuitvoerder of dit voordelig uitpakt voor u. Bij beide uitvoerders kunt je een opgave vragen van de gevolgen van een waardeoverdracht. Vraag eventueel naar de concrete gevolgen van een waardeoverdracht aan uw pensioenfonds of verzekeraar.

Let bij het maken van uw keuze op de volgende zaken:

  • De financiële situatie bij beide pensioenuitvoerders. Zolang de oude of de nieuwe pensioenuitvoerder een te lage beleids-dekkingsgraad heeft, is waardeoverdracht niet toegestaan. Zodra daarvan geen sprake meer is, krijgt u bericht en kunt u de waardeoverdracht alsnog regelen. Dit geldt niet bij een collectieve waardeoverdracht of als u tussentijds uit dienst bent gegaan.
  • De soort pensioenregeling die u had en die u gaat krijgen. Heeft u nu een beschikbare premieregeling of een middelloonregeling en heeft uw nieuwe werkgever een eindloonregeling, dan kan het gunstig zijn om te kiezen voor waardeoverdracht. De financiële positie van de nieuwe pensioenuitvoerder moet dan wel een goede dekkingsgraad hebben
  • Het partnerpensioen: voor waardeoverdracht van partnerpensioen moet uw partner (als hij of zij bij uw pensioenuitvoerder aangemeld was als partner) instemmen met de waardeoverdracht. Ga ook na of het partnerpensioen op opbouwbasis of op risicobasis is geregeld. U leest meer bij Trouwen & Samenwonen en Overlijden.
  • De hoogte van de pensioenaanspraak die u tot nu toe heeft opgebouwd: heeft u kort bij een werkgever gewerkt, dan heeft u een klein pensioen opgebouwd. In dat geval is het mogelijk dat die pensioenaanspraak wordt afgekocht. In sommige gevallen kan het gunstiger zijn om het pensioen niet af te laten lopen, maar te kiezen voor waardeoverdracht. U bouwt dan door aan uw pensioen.