Onderscheid in pensioenregelingen

In pensioenregelingen mag in principe geen onderscheid worden gemaakt op grond van:

  • geslacht;
  • burgerlijke staat;
  • seksuele geaardheid;
  • ras of nationaliteit;
  • aard of duur van het dienstverband;
  • leeftijd
  • handicap; of
  • chronische ziekte

Wel zijn er enkele wettelijke uitzonderingen op het verbod om onderscheid te maken. Ook kan bij sommige discriminatiegronden het onderscheid objectief worden gerechtvaardigd.

 In deeltijd werken

U bent deeltijdwerker als u minder uren per week werkt dan de gebruikelijke arbeidstijd in de onderneming. U mag als deeltijdwerker niet uitgesloten worden van deelname aan de pensioenregeling. Gaat u in deeltijd werken binnen 10 jaar voorafgaande aan pensionering? Dan mag u de pensioenopbouw voortzetten op basis van het vroegere, voltijdsalaris. Dit is echter niet verplicht.

 Indirect onderscheid

Van indirect onderscheid is sprake als in een pensioenregeling een neutraal criterium geldt, dat echter in het nadeel is van bepaalde groepen. Bijvoorbeeld als bepaalde categorieën werknemers worden uitgesloten van deelname aan de pensioenregeling. Indirect onderscheid is niet toegestaan, tenzij hiervoor een objectieve rechtvaardigingsgrond is aan te voeren.

 Een voorbeeld

In een bedrijf is voor een bepaalde functie geen pensioenregeling getroffen. Die functie wordt alleen door vrouwen vervuld. Het onderscheid lijkt objectief, maar feitelijk raakt de regeling alleen vrouwen. Dit is een vorm van indirect onderscheid en is niet toegestaan, omdat er sprake is van indirect onderscheid naar geslacht.