Wanneer kan je ouderdomspensioen te laag zijn?

Twaalf oorzaken voor een te laag ouderdomspensioen.

  1. Je krijgt geen volledige AOW
  2. Je hebt een tekort aan dienstjaren
  3. Je echte salaris is hoger dan je ’pensioensalaris’
  4. Je hebt een hoge franchise
  5. Je hebt een pensioenbreuk
  6. Je hebt verlof opgenomen
  7. Je pensioen wordt niet geïndexeerd
  8. Je pensioen is gekort
  9. Je pensioen wordt lager door ruil
  10. Je gaat eerder met pensioen
  11. Je bent gescheiden
  12. Tekort door type pensioenregeling

 

1. Je krijgt geen volledige AOW

Dit kan het geval zijn wanneer je pas na je 15e in Nederland bent komen wonen. Voor elk jaar dat je tussen je 15e en 65e niet in Nederland hebt gewoond word je 2% gekort. Kom je op je 25e in Nederland wonen, dan wordt je AOW dus met 20% gekort. Heb je vijf jaar in het buitenland gewoond, dan word je 10% gekort (tenzij je je vrijwillig hebt verzekerd). Meer informatie over de AOW.

2. Je hebt een tekort aan dienstjaren

Heb je een aantal jaren niet of minder gewerkt? Dan heb je ook minder pensioen opgebouwd. Omdat je bijvoorbeeld een periode werkloos was of de zorg had voor kinderen. Het kan ook zijn dat je werkgever geen pensioenregeling had of dat je er niet aan mee mocht doen. In al die gevallen mis je een aantal jaren opbouw en kun je een tekort hebben.

3. Je echte salaris is hoger dan je pensioensalaris

In je pensioenreglement staat het jaarsalaris vermeld dat meetelt voor de pensioenberekening. Dit heet je pensioensalaris of je pensioengevend inkomen. Dit hoeft niet hetzelfde te zijn als je werkelijke salaris. Het pensioengevend inkomen kan 12x het maandsalaris zijn, terwijl je werkelijke jaarinkomen bestaat uit 13 maandsalarissen plus vakantietoeslag. Ook is het vaak zo dat variabel loon (bonussen en provisies) niet meetelt voor de pensioenopbouw.

4. Je hebt een hoge franchise

In de meeste pensioenregelingen wordt een franchise gehanteerd. Als die franchise veel hoger is als de AOW die je straks krijgt, kun je tegen een tekort aanlopen.

Dat is zeker het geval als je na 2015 voor het eerst AOW krijgt en je een jongere partner hebt. Nu kun je namelijk nog een partnertoeslag krijgen voor de partner die nog geen 65 is. Deze partnertoeslag gaat in 2015 verdwijnen. In sommige situaties kan daardoor voor een aantal jaren een fors pensioentekort ontstaan. Dat ontstaat ook als je minder AOW krijgt, omdat je niet tussen je 15e en 65e in Nederland hebt gewoond. Meer informatie over de AOW.

 5. Je hebt een pensioenbreuk

Een pensioenbreuk kan ontstaan door baanwisseling. Het pensioen dat je opbouwde bij je vorige werkgever(s) wordt niet automatisch opgetrokken naar je nieuwe salarisniveau. Dat optrekken naar je nieuwe salarisniveau gebeurt trouwens alleen in eindloonregelingen. De meeste pensioenregelingen zijn echter geen eindloonregeling meer. Als je wel deelneemt aan een eindloonregeling kan waardeoverdracht in veel gevallen uitkomst bieden.

6. Je hebt verlof opgenomen

Maar weinig pensioenregelingen bepalen wat er tijdens een langdurig verlof met je pensioen gebeurt. Wel blijft je partnerpensioen op peil als je verlof neemt voor een periode van ten hoogste 18 maanden.

Wil je verlof opnemen? Bespreek dan vooraf met je werkgever of je pensioenuitvoerder hoe het zit met de opbouw van je ouderdomspensioen. Dat geldt voor langdurig verlof maar ook voor bijvoorbeeld ouderschapsverlof.

Tijdens het zwangerschapsverlof hoef je je geen zorgen te maken over je pensioen. Je salaris loopt gewoon door en de pensioenopbouw dus ook.

7. Je pensioen wordt niet geïndexeerd

In je pensioenreglement is vastgelegd of en hoe je pensioen wordt geïndexeerd (indexering: pensioen wordt  aangepast aan loon- en prijsontwikkelingen). Let er op dat indexering altijd voorwaardelijk is. Dat betekent dat je pensioen niet of minder wordt geïndexeerd als er niet voldoende geld is. Door de financiële crisis zijn veel pensioenfondsen niet in staat de pensioenen te indexeren. De koopkracht van het pensioen gaat er dan op achteruit.  

8. Je pensioen is gekort

Door de financiële crisis staat een aantal pensioenfondsen er slecht voor. Als een fonds niet in staat is op korte termijn voldoende geld in kas te hebben, kan besloten worden de pensioenen te korten. je krijgt dan minder pensioen.

9. Je pensioen wordt lager door ruil

Heb je een pensioenregeling waarin het partnerpensioen op risicobasis is verzekerd? Weet dan dat dit partnerpensioen vervalt op de pensioendatum. Dan heb je dus alleen ouderdomspensioen. Wil je wel iets voor je partner regelen, dan kun je een deel van je ouderdomspensioen inruilen voor partnerpensioen. Het ouderdomspensioen wordt dan lager. 

10. Je gaat eerder met pensioen

Wil je eerder met pensioen? Dan mis je een aantal jaren pensioenopbouw en zit je een aantal jaren zonder inkomen. Je kunt je pensioen dan wel eerder in laten gaan, maar omdat je er dan langer met je pensioenpot moet doen, krijg je per maand minder. 

11. Je bent gescheiden

Ben je gescheiden? Dan heb je meestal bij je scheiding een deel van je ouderdomspensioent moeten afstaan. Je kunt dan zelf ouderdomspensioen tekort komen. Ook kan er voor je partner te weinig partnerpensioen zijn, omdat een deel van het partnerpensioen bij de scheiding naar je ex is gegaan.

12. Tekort door type pensioenregeling

In een eindloonregeling wordt je pensioen steeds afgeleid van je laatst verdiende salaris. Eindloonregelingen komen echter bijna niet meer voor. Bij andere soorten pensioenregelingen kun je soms tegen een tekort aanlopen. Wanneer is dat het geval?

Middelloonregeling: als je salaris gemiddeld sterker stijgt dan het percentage waarmee je pensioen wordt geïndexeerd (zie: indexering).

Beschikbarepremieregeling: als het rendement tegen valt of wanneer je op de pensioendatum (bijvoorbeeld omdat er een lage rente wordt gehanteerd) erg weinig ouderdomspensioen kunt aankopen van je pensioenpot.

top

Share |