Begrippen P-T

A-E   F-J   K-O   P-T   U-Z   0-9

Partnerpensioen
Het pensioen voor de achterblijvende partner. Wordt uitgekeerd vanaf je overlijden tot het overlijden van je partner. In het verleden sprak men van weduwepensioen en later ook van weduwnaarspensioen. Tegenwoordig wordt de term partnerpensioen, of de term nabestaandenpensioen, gebruikt als verzamelnaam voor alle pensioenen voor de achterblijvende partner, of dit nu een huwelijkspartner is of niet. Dat betekent overigens niet dat elke pensioenregeling ook pensioen voor ongehuwde partners heeft! Raadpleeg hiervoor je pensioenreglement.


Partnerpensioen op opbouwbasis
Als je partnerpensioen opbouwt, vorm je een 'potje'. Hieruit ontvangt je partner na jouw dood een uitkering. Stop je met opbouwen, omdat je bijvoorbeeld niet meer aan een pensioenregeling meedoet, dan houd je recht op het partnerpensioen dat tot op dat moment is opgebouwd. Tot voor kort werd in de meeste pensioenregelingen het partnerpensioen verzekerd op opbouwbasis. Steeds vaker gaan regelingen over op partnerpensioen op risicobasis. Is het partnerpensioen opgebouwd, dan houd je recht op het pensioen bij ontslag. Na een echtscheiding houdt je ex-partner recht op het partnerpensioen dat tot de datum van echtscheiding is opgebouwd. Je kunt het opgebouwde partnerpensioen, met instemming van je partner, op de pensioendatum in ruilen voor een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen.


Partnerpensioen op risicobasis
Je bent verzekerd tegen het risico dat je komt te overlijden. Kom je inderdaad te overlijden, dan krijgt je partner een partnerpensioen. Wanneer de premiebetaling stopt (bijvoorbeeld bij ontslag of op de pensioendatum), dan is er geen aanspraak op een partnerpensioen. De risicoverzekering voor het nabestaandenpensioen is te vergelijken met een verzekering voor je auto of de brandverzekering voor je huis. Je bent verzekerd zolang je premie betaalt. Stop je met premie betalen dan is er geen verzekering meer. Is je partnerpensioen op risicobasis verzekerd, dan vervalt het pensioen bij ontslag. Na een echtscheiding heeft je ex-partner geen aanspraak op partnerpensioen. Op de pensioendatum is er geen partnerpensioen, dus je kunt dit ook niet inruilen. Wel heb je op de pensioendatum en ook bij je ontslag het recht een deel van het ouderdomspensioen om te ruilen in een partnerpensioen.


Partnertoeslag AOW
  • Als je partner jonger is dan 65 jaar. Als jij al 65 bent, maar je partner nog niet, kun je nu nog (let op: tot 2015) recht hebben op een partnertoeslag AOW. Dat kan als je partner geen of weinig inkomen heeft. Jouw AOW kan samen met de partnertoeslag per maand maximaal €1.373,56 bedragen. Daarnaast krijg je in mei vakantiegeld.
    Een volledige partnertoeslag bedraagt € 686,78 per maand. Als je partner eigen inkomsten heeft bijvoorbeeld uit werk of pensioen, wordt de partnertoeslag lager. Hoe veel lager hangt af van de hoogte van het inkomen en het soort inkomen van je partner.
  • Loon en andere inkomsten uit arbeid. Dit inkomen van je partner wordt voor een deel van de partnertoeslag afgetrokken. De eerste € 203,49 wordt niet afgetrokken. Van het salaris erboven wordt tweederde afgetrokken. Als je partner meer verdient dan € 1.227,26 bruto per maand, krijg je geen partnertoeslag.
  • Inkomsten in verband met arbeid. Deze inkomsten van je partner (zoals een arbeidsongeschiktheidsuitkering, vut of vervroegd pensioen) worden volledig van de toeslag afgetrokken. Als je partner mee inkomsten heeft dan € 682,51 bruto per maand, krijg je geen partnertoeslag.
  • Inkomsten uit vermogen. Inkomsten van je partner uit vermogen, zoals rente of dividend wordt helemaal niet van de toeslag afgetrokken.
Partnertoeslag vervalt
Mensen die na 2014 voor het eerst AOW krijgen geen partnertoeslag meer. De 65-plusser krijgt dan de AOW voor een samenwonende.


Pensioenbreuk
Pensioennadeel dat kan ontstaan als je van werkkring verandert, en daardoor van pensioenregeling. Het al opgebouwde pensioen bij je oude werkgever wordt dan soms niet volledig aangepast aan de prijs- of loonontwikkeling. Dat betekent verlies van koopkracht.
Bij een eindloonregeling kan het nadeel ook ontstaan als je in je nieuwe baan carrière maakt en meer gaat verdienen. De backservice krijg je alleen over het pensioen dat bij de nieuwe werkgever is opgebouwd en niet over de ‘oude’ pensioenrechten. Een oplossing hiervoor kan zijn dat je je opgebouwde pensioenaanspraken meenemen naar je nieuwe pensioenuitvoerder. Dat heet waardeoverdracht.


Pensioenbrief
Schriftelijke overeenkomst tussen een werkgever en een werknemer, waarin met de werknemer een individuele pensioenovereenkomst wordt gesloten.


Pensioenclausule
Clausule die bepaalt dat je te zijner tijd het bereikte kapitaal uitsluitend kunt gebruiken voor de aankoop van pensioen in de zin van de Pensioenwet.


Pensioendatum
De datum waarop volgens de pensioenregeling je ouderdomspensioen ingaat.


Pensioenfonds
Een organisatie die de pensioenpremies ontvangt, bewaakt, belegt en zorgt voor de uitkering aan gepensioneerden. Er zijn bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen, en beroepspensioenfondsen. Pensioenfondsen staan onder toezicht van de De Nederlandsche Bank (www.dnb.nl).


Pensioengrondslag
Je salaris min de franchise. De pensioengrondslag is het bedrag waarmee je pensioen wordt berekend. Je eigen bijdrage is vaak uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslag.


Pensioenleeftijd
De leeftijd waarop volgens de pensioenregeling je ouderdomspensioen ingaat.


Pensioenovereenkomst
De overeenkomst tussen de werkgever en de werknemer dat aan de werknemer een pensioen wordt uitgekeerd, nadat die de pensioenleeftijd bereikt, arbeidsongeschikt raakt of komt te overlijden. Dat pensioen kan worden uitgekeerd aan de werknemer zelf of aan diens nabestaanden.


Pensioenpromotie
Bevordering van een werknemer met een bijbehorende salarisverhoging met als doel opkm in ene eindloonregeling het pensioen substantieel te verbeteren. In veel pensioenregelingen is dit niet mogelijk doordat een knip of matiging wordt gehanteerd.


Pensioenreglement
Schriftelijk document waarin precies staat omschreven hoe je pensioenregeling in elkaar steekt, wat de rechten en plichten zijn van jou en je pensioenuitvoerder.


Pensioenuitvoerder
De instantie die jouw pensioen uitvoert (administratie, helpdesk, beleggen van pensioengelden, uitkeren van pensioen). Bijvoorbeeld een pensioenfonds of een levensverzekeraar.


Pensioenverevening
Bij scheiding wordt het ouderdomspensioen verdeeld. Meer hierover op de pagina Echtscheiding.


Premie
Het bedrag dat je werkgever aan de pensioenuitvoerder moet betalen om je pensioen te financieren.


Premievrije (pensioen)opbouw
Ben je (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt dat gaat je pensioenopbouw (gedeeltelijk) door. Je betaalt voor die opbouw geen premie.


Premievrije aanspraak
Als je niet meer meedoet aan de pensioenregeling, behoud je recht op het pensioen dat je al hebt opgebouwd. Daar hoef je geen premie meer voor te betalen. Vandaar de term premievrije aanspraak. Als in de pensioenregeling de ingegane pensioenen worden geïndexeeerd, worden ook de premievrije aanspraken van de gewezen deelnemers geïndexeerd.


Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid
Ben je (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt dat gaat je pensioenopbouw (gedeeltelijk) door. Je betaalt voor die opbouw geen premie.


Prepensioen
Oude pensioenvorm die nu niet meer mogelijk is, maar wel nog kan gelden voor oudere werknemers. Het is een tijdelijk ouderdomspensioen dat voorafgaand aan het levenslange ouderdomspensioen wordt uitgekeerd. Het was bedoeld als vervanging van de VUT-regeling. Tijdens de periode van het prepensioen mag de pensioenopbouw voor het gewone ouderdomspensioen worden voortgezet. De regeling voor prepensioen was een tijdelijke regeling. Meer over prepensioen.


Reserveringsruimte
De mogelijkheid die je kunt hebben om een bedrag dat je stort voor een lijfrenteverzekering een lijfrentespaarrekening of een lijfrentebeleggingsrecht in aftrek te brengen op in inkomen vanwege een pensioentekort dat je in voorgaande jaren hebt opgelopen. De reserveringsruimte is een optelsom van de jaarruimtes die je in de afgelopen 7 jaar niet hebt gebruikt.


Risico partnerpensioen
Je bent verzekerd tegen het risico dat je komt te overlijden. Kom je inderdaad te overlijden, dan krijgt je partner een partnerpensioen. Wanneer de premiebetaling stopt (bijvoorbeeld bij ontslag of op de pensioendatum), dan is er geen aanspraak op een partnerpensioen. De risicoverzekering voor het partnerpensioen is te vergelijken met een verzekering voor je auto of de brandverzekering voor je huis. Je bent verzekerd zolang je premie betaalt. Stop je met premie betalen dan is er geen verzekering meer. Is je partnerpensioen op risicobasis verzekerd, dan vervalt het pensioen bij ontslag. Na een echtscheiding heeft je ex-partner geen aanspraak op partnerpensioen.
Op de pensioendatum is er geen partnerpensioen, dus je kunt dit ook niet inruilen. Wel biedt de pensioenregeling de mogelijkheid om bij ontslag en bij pensionering een deel van je ouderdomspensioen in te ruilen voor een partnerpensioenpensioen.


Scheiding
De echtscheiding, scheiding van tafel en bed en verbreking van de geregistreerde partnerrelatie. Meer over pensioen en scheiding.


Slaper
Niet-actieve, maar nog niet gepensioneerde deelnemer in een pensioenregeling


Tijdelijk partnerpensioen
Een tijdelijke verhoging van het partnerpensioen voor je partner. Eindigt meestal op 65-jarige leeftijd. Het kan bedoeld zijn om het hogere belastingtarief en de hogere sociale premies vóór 65 jaar te compenseren. Of om het gemis aan Anw te compenseren.


Tijdelijke oudedagslijfrente
Deze lijfrente is bedoeld om ervoor te zorgen dat je tijdelijk een hoger inkomen hebt. Als jij de premie hebt afgetrokken, mag de uitkering alleen aan jou plaatsvinden. De uitkeringsduur moet minimaal vijf jaar zijn. De uitkering moet eindigen bij het overlijden van de belastingplichtige. De uitkering is aan een maximum gebonden.


Tijdsevenredig ouderdomspensioen
Als je vóór de pensioendatum je deelneming aan de pensioenregeling beëindigt, houd je een recht op het opgebouwde ouderdomspensioen en het opgebouwde partnerpensioen. Bij kapitaalovereenkomsten of premieovereenkomsten houd je recht op het kapitaal dat tot op de ontslagdatum is opgebouwd.


Toeslag
Verhoging van het pensioen naar aanleiding van prijsstijging of loonontwikkeling. Geldt voor het pensioen van gepensioneerden en slapers. Ook actieve deelnemers aan een middelloonregeling hebben er mee te maken. Men noemt dit ook wel indexering. Toeslagverlening is echter nagenoeg altijd voorwaardelijk. Dat betekent dat er alleen een toeslag wordt verleend wordt indien er voldoende middelen zijn. Meer over koopkracht en pensioen.


Toetredingsleeftijd
De leeftijd waarop je volgens de pensioenregeling mag meedoen aan de pensioenregeling. In het verleden was een toetredingleeftijd van 25 jaar heel gewoon. Vanaf 2008 geldt echter dan de toetredingsleeftijd ten hoogste 21 jaar mag zijn.
Share |
Wat vind jij?
Wanneer ga jij met pensioen?



Stemmen: 11723